Autopista

Autopista

Tijd om La Habana achter ons te laten en de rondreis te beginnen. Maar niet zonder… auto. Naast veel kosten, extra kosten, een verzekering, waarborg en andere betaald te hebben, is een auto in Cuba niet bepaald een groot gemak. Hoe geraak je in godsnaam Havana uit? Richtingaanwijzers kennen ze hier niet. Om over de rijstijl van de Cubanen nog maar te zwijgen.

Eenmaal op de autopista konden we eindelijk weer rustig ademen. Paard en kar, fietsers, koeien, prachtige old-timers, oude barakken, wandelaars en lifters op de grootste autopista van het land, daar kijken wij niet meer van op!
De -zeg maar speciale- sandwich especial in een bar aan de kant van de weg maakte het plaatje compleet. Na de afslag richting Trinidad/Cienfuegos (toen nog onbeslist) wonder bij wonder gevonden te hebben, kwamen we in het echte Cuba terecht: enerzijds idyllisch, anderzijds schrijnend. Als we dachten in Havana armoede gezien te hebben, hier hebben ze ècht niks, net een dak boven het hoofd.

Cienfuegos was op het eerste zicht niet je dat. We werden meteen door een jinetero (propper) naar een casa geleid die ons niet aanstond, in een too-perfect-to-be-true wijkje. De cocktail bij zonsondergang in het uiterste zuiderse punt van de Punta Gorda smaakte wèl. En het avondeten met zicht op zee is ook het vermelden waard, al was het uitzicht en de locatie beter dan het eten.

Terug in de casa beseften we gelukkig met welke lieve mensen we te doen hadden. Een babbel met de eigenaars gaf ons een zicht op ‘the system’ in Cuba. Informatie waarvoor de wereld liever haar ogen sluit… – Marjan

 

Foto’s:

2008-10-31 Havana – Cienfuegos